Naar de inhoud
astro4you.nl
Jouw teken

Griekse mythen achter de planeten en hun betekenis

Door Natassa Ifandis · 5 min lezen · Gepubliceerd · Bijgewerkt

De Griekse mythen achter de planeten verklaren waarom elke planeet in de astrologie een eigen karakter heeft. De Grieken zagen de planeten als zwervende lichten, in hun taal planētes, en verbonden elk daarvan met een god. De Romeinen namen die koppelingen over en gaven de planeten de Latijnse namen die wij nog gebruiken. In dit artikel lees je welke goden bij welke planeet horen, welke verhalen daarover in de oudheid werden verteld en hoe astrologen die mythen gebruiken om de planeten te duiden.

De Griekse mythen over de planeten: zeven zwervers

De Grieken kenden aan de nachthemel zeven bewegende lichten: de zon, de maan, Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus. Omdat deze lichten niet op een vaste plek tussen de sterren bleven, noemden ze die planētes asteres, „dwalende sterren”. Van dat Griekse woord komt ons woord planeet. Dat de zon en de maan er ook bij hoorden, zie je nog terug in de astrologie, waar men ze planeten blijft noemen, terwijl het in de sterrenkunde om een ster en een maan gaat.

Elk van de zeven kreeg een god. De zon hoorde bij Helios, de maan bij Selene, Mercurius bij Hermes, Venus bij Aphrodite, Mars bij Ares, Jupiter bij Zeus en Saturnus bij Kronos. Deze koppelingen hebben Babylonische wortels: de Babyloniërs verbonden dezelfde lichten al met hun eigen goden, zoals Ishtar met Venus en Nergal met Mars. De Grieken zochten daarna de god uit hun eigen verhalen die het beste paste.

De Romeinen vertaalden de Griekse goden naar hun eigen goden, en zo kregen de planeten de Latijnse namen die wij gebruiken. Het verband met de goden zie je ook in de week. Zondag en maandag verwijzen naar zon en maan, en in het Germaanse gebied kregen dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag en zaterdag namen die bij de Romeinse planeetgoden pasten, zoals donderdag bij Jupiter en zaterdag bij Saturnus.

Wat de goden vertellen over het karakter van een planeet

De mythen leveren beelden die in de astrologie nog steeds worden gebruikt. Hermes was de bode van de goden, snel, slim en overal thuis. Daarom koppelen astrologen Mercurius aan denken, praten en handel. Aphrodite staat voor liefde, schoonheid en genot, en dat past bij de betekenis die Venus kreeg. Ares was de god van de oorlog, ruw en impulsief, en Mars staat in de astrologie voor drift, moed en conflict.

Zeus regeerde als koning over de andere goden en bewaakte recht en orde. Jupiter wordt daarom vaak verbonden met groei, overvloed en vertrouwen. Kronos was een Titaan die zijn kinderen verslond uit angst voor zijn eigen val. In latere eeuwen werd zijn naam verward met Chronos, het Griekse woord voor tijd, en die associatie met tijd, grenzen en uithoudingsvermogen kleeft nog aan Saturnus.

De zon en de maan hebben iets andere verhalen. Helios reed elke dag met zijn zonnewagen over de hemel, en Selene deed hetzelfde met de maan. In de astrologie wijzen ze op identiteit en gevoel. Let wel op dat deze betekenissen niet uit één mythe komen. Ze zijn gegroeid uit eeuwen van verhalen, waarnemingen en gewoonten, en ze vormen dus een traditie en geen bewijs. Juist daarom zijn ze interessant als symbolen: ze laten zien hoe mensen vroeger over eigenschappen en krachten nadachten.

Uranus, Neptunus en Pluto: nieuwe planeten, oude goden

De Griekse mythen houden niet op bij Saturnus. Toen William Herschel in 1781 een nieuwe planeet ontdekte, kreeg die na enige discussie de naam Uranus, naar Ouranos, de Griekse god van de hemel en de vader van Kronos. Dat past mooi in de rij: Ouranos kreeg Kronos, en Kronos kreeg Zeus. Loop je van Jupiter naar buiten, dan ga je in de generaties van de goden steeds verder terug in de tijd.

Neptunus werd in 1846 gevonden nadat wiskundigen uit afwijkingen in de baan van Uranus hadden berekend waar een volgende planeet moest staan. Hij werd vernoemd naar de Romeinse god van de zee, die bij de Grieken Poseidon heette. Pluto werd in 1930 ontdekt en genoemd naar Pluton of Hades, de heer van de onderwereld. De naam werd voorgesteld door Venetia Burney, een meisje van elf jaar uit Oxford.

Astrologen koppelen Uranus aan plotselinge verandering en vernieuwing, Neptunus aan verbeelding en oplossing van grenzen, en Pluto aan diepe transformatie. Ook Chiron, in 1977 ontdekt, kreeg een mythische naam: die van de wijze centaur die als genezer bekendstond. Een overzicht van alle planeten en hun betekenis vind je bij de planeten in de astrologie. De namen van de nieuwere planeten zijn gekozen in de geest van de oude verhalen, maar de betekenis die astrologen eraan geven is jonger dan de mythen zelf.

Wat je met deze mythen kunt doen

De mythen zijn een handige manier om een planeet te leren kennen. Een abstracte zin als „Mars staat voor drijfkracht” blijft makkelijker hangen als je het verhaal van Ares erbij neemt. Je kunt de god dan zien als een personage met sterke en zwakke kanten. Ares was moedig, maar ook onbesuisd en vaak in conflict. Zo leer je dat een planeet in de astrologie meestal twee kanten heeft, een gunstige en een lastige.

Je kunt dit ook praktisch toepassen op je eigen horoscoop. Laat je geboortekaart berekenen met de geboortehoroscoop-tool en kijk in welk teken de planeten staan. Lees daarna per planeet het verhaal van de bijbehorende god en vraag je af of er iets in zit dat je herkent. Het gaat er niet om dat een mythe jouw leven voorspelt, maar dat het verhaal je een woord of een beeld geeft voor iets dat je al kent.

Een laatste tip is om de mythen zelf te lezen, bijvoorbeeld in een vertaling van Homerus of Ovidius. Je ziet dan dat dezelfde god in verschillende bronnen anders wordt neergezet. Dat helpt om astrologische uitspraken met wat meer nuchterheid te lezen: ze rusten op een traditie van verhalen, en elk verhaal heeft meer dan één versie.

Veelgestelde vragen

Waarom hebben de planeten Romeinse namen en geen Griekse?

De Romeinen namen de Griekse sterrenkunde en astrologie over en vertaalden de goden naar hun eigen goden. Zo werd Hermes Mercurius en Zeus Jupiter. Latijn bleef daarna eeuwenlang de taal van de wetenschap in Europa, waardoor de Latijnse namen vast bleven zitten. De Griekse namen leven wel voort in de mythologie en in sommige moderne benamingen. Voor de planeten zelf gebruikt men in het Nederlands de Latijnse vormen.

Waarom is Mars de planeet van oorlog en strijd?

Mars heeft aan de nachthemel een duidelijk roodachtige kleur, die in veel culturen aan bloed en vuur deed denken. De Babyloniërs verbonden de planeet al met Nergal, een god van oorlog en onheil. De Grieken noemden hem Ares, de god van de oorlog, en de Romeinen Mars. Wat de reden was van de koppeling, weten we niet zeker, maar de kleur wordt vaak genoemd. In de astrologie staat Mars daarom voor drift, energie en de manier waarop je jezelf doorzet.