Naar de inhoud
astro4you.nl
Jouw teken

Astrologie en geneeskunde: een eeuwenoude verbinding

Door Natassa Ifandis · 5 min lezen · Gepubliceerd · Bijgewerkt

Astrologie en geneeskunde hoorden eeuwenlang bij elkaar, omdat men de mens als een deel van de kosmos zag, een klein geheel binnen een groot geheel. Artsen in de oudheid en de middeleeuwen gebruikten de stand van de planeten om ziektes te begrijpen en behandelingen te kiezen, en filosofen als Plato en de Stoïcijnen zagen de sterren als onderdeel van een geordend geheel. In dit artikel lees je hoe die verbinding ontstond, wat ze in de praktijk inhield en waarom ze vanaf de zeventiende eeuw verdween.

Een wereld waarin de mens bij de kosmos hoorde

Om te begrijpen waarom astrologie en geneeskunde samenhingen, moet je kijken naar het wereldbeeld van toen. Plato beschreef in zijn dialoog Timaeus de wereld als een levend wezen met een ziel, waarin de hemellichamen een ordelijke dans uitvoeren. De mens was een kleine versie van dat grote geheel. Men sprak van de microkosmos en de macrokosmos: wat er in het groot gebeurt, spiegelt zich in het klein. Dat beeld bleef eeuwen bestaan en gaf de sterren een natuurlijke plek in het denken over gezondheid.

De Stoïcijnen voegden daar het idee van sympatheia aan toe, een onderlinge verbondenheid van alles wat bestaat. Als de kosmos één organisme was, kon een verandering aan de hemel ook iets betekenen voor het lichaam op aarde. Aristoteles had bovendien beredeneerd dat de bewegingen van de hemel de veranderingen op aarde in gang houden, en dat idee sloot daar goed op aan.

De sterrenkundige Ptolemaeus probeerde in de tweede eeuw de astrologie op natuurlijke oorzaken te baseren. Zijn voorbeeld was de zon, die warmte en seizoenen brengt, en de maan, die het vocht in de natuur beïnvloedt, zoals de getijden. Wat voor ons een kwestie van geloof of symboliek lijkt, was voor hem een uitbreiding van die zichtbare invloed. Zo werd de astrologie een deel van de natuurfilosofie en niet iets dat er los van stond.

Hoe astrologie in de geneeskunde werd gebruikt

De belangrijkste medische theorie van die tijd was de leer van de vier lichaamssappen: bloed, slijm, gele gal en zwarte gal. Ze werd verbonden met de vier elementen: lucht, water, vuur en aarde. Daar sloot de astrologie op aan, want ook de twaalf tekens waren over de vier elementen verdeeld. Een arts kon zo een ziekte, een temperament en een teken in één systeem plaatsen en daar een behandeling bij kiezen. In de praktijk betekende dit dat een patiënt en zijn geboortehoroscoop samen werden bekeken.

Een tweede onderdeel was de koppeling van tekens aan delen van het lichaam, in het Grieks melothesia. De Ram stond voor het hoofd, de Stier voor de nek en keel, de Tweeling voor de armen, de Kreeft voor de borst, de Leeuw voor het hart en de rug, de Maagd voor de buik, de Weegschaal voor de nieren en de Vissen voor de voeten. Zo wist een arts bij een klacht welk teken en welke planeet daarbij hoorden.

Ook de maan speelde een rol. Artsen als Galenus beschreven kritieke dagen in het verloop van een ziekte die ze aan de maan verbonden. Aderlatingen en medicijnen werden vaak gepland op gunstige momenten. Dat klinkt vreemd voor ons, maar het paste in een tijd waarin behandelingen vooral gericht waren op het herstellen van een evenwicht, en daarvoor zocht men elk beschikbaar hulpmiddel.

Universiteiten, kruiden en de zwarte dood

In de middeleeuwen werd astrologie aan universiteiten onderwezen, vaak als onderdeel van de studie sterrenkunde. Medische studenten leerden een horoscoop te maken, en artsen raadpleegden de sterren bij een ernstige ziekte. Zo kreeg het vak een officiële plaats in de geneeskunde. Wie als arts werkte, kon zijn status verhogen door ook sterrenkundig onderlegd te zijn. In steden als Bologna en Parijs lag de nadruk op het koppelen van de loop van de planeten aan het verloop van ziektes. Dat gold niet voor iedereen: sommige geleerden en kerkelijke gezagsdragers bleven kritisch, vooral als astrologie op het lot van de mens leek te wijzen.

Ook bij de zwarte dood speelde de hemel een rol. In 1348 schreef de medische faculteit van Parijs een rapport waarin de pest werd verklaard uit een samenstand van Saturnus, Jupiter en Mars in 1345. Naast die verklaring noemde het rapport ook andere oorzaken, zoals verdorven lucht. Het toont hoe natuurlijk men toen verbanden legde tussen hemel en ziekte.

Planten kregen eveneens een planeet toegewezen. De Engelse kruidkundige Nicholas Culpeper schreef in de zeventiende eeuw over geneeskrachtige kruiden die hij bij planeten en tekens indeelde. Zo kon een kruid bij Mars worden ingedeeld omdat het warmte en scherpte had. Hoe de planeten in de klassieke traditie werden ingedeeld, lees je bij de heersende planeten.

Wat je met dit inzicht kunt doen

Het belangrijkste is een duidelijke grens trekken. Astrologie is geen geneeskunde en kan geen ziekte vaststellen of behandelen. Heb je klachten, ga dan naar een arts. De geschiedenis van de medische astrologie is wel een mooi voorbeeld van hoe mensen vroeger probeerden orde te scheppen in een wereld die ze niet goed begrepen. Een mooie traditie is nog geen bewezen werkwijze. Gebruik de geschiedenis dus als achtergrond en niet als advies.

Je kunt de sporen ervan zelf ontdekken in je taal. Het woord influenza komt van het Italiaanse woord voor invloed, de invloed van de sterren. Het woord desastreus gaat terug op een ongunstige ster. Wie lunatiek wordt genoemd, werd vroeger met de maan in verband gebracht. Ook woorden als melancholie en sanguinisch komen uit de leer van de lichaamssappen, die met de astrologie samenhing.

Verder kun je die oude denkwijze gebruiken voor reflectie. Veel mensen ervaren astrologie nu als een manier om stil te staan bij hun eigen energie, rust en gewoonten. Dat is iets anders dan een medische toepassing. Lees je daarover, kijk dan nuchter naar wat een uitspraak je werkelijk vertelt. Een goede start is het overzicht over wat astrologie is, waarin het verschil tussen traditie, symboliek en bewijs duidelijk wordt.

Veelgestelde vragen

Gebruikten artsen vroeger echt de sterren om te genezen?

Ja, in de oudheid en de middeleeuwen was dat gebruikelijk. Artsen stelden horoscopen op om de aard van een ziekte en het beste moment voor een behandeling te bepalen. Ze verbonden tekens met lichaamsdelen en planeten met kruiden. Dit paste in de leer van de vier lichaamssappen, die toen de basis van de geneeskunde vormde. Er waren ook critici, maar astrologie was een erkend onderdeel van de medische opleiding.

Waarom verdween astrologie uit de geneeskunde?

Vanaf de zeventiende eeuw veranderde de manier waarop men naar het lichaam en de natuur keek. Ontdekkingen zoals de bloedsomloop van William Harvey en de komst van de microscoop gaven nieuwe verklaringen voor ziekte. Experimenten en meetbare resultaten werden de maatstaf voor de geneeskunde. De sterrenkunde maakte zich los van de astrologie, en de oude leer van de lichaamssappen verdween. Astrologie bleef bestaan als symbolische traditie, maar niet meer als medische praktijk.