De dierenriem verspreidde zich in de loop van meer dan duizend jaar van Mesopotamië naar Egypte, Griekenland, Rome, India en de islamitische wereld. Overal werd het stelsel van twaalf tekens overgenomen, vertaald en aangepast aan de eigen cultuur. Daardoor kennen de westerse en de Indiase astrologie dezelfde twaalf beelden, maar rekenen ze die op een eigen manier. In dit artikel lees je langs welke wegen de dierenriem reisde, wat er onderweg veranderde en wat dat betekent voor de astrologie van nu en voor je eigen horoscoop.
De dierenriem in verschillende culturen: van Babylon naar Griekenland
Het stelsel van twaalf tekens van dertig graden werd in de vijfde eeuw voor Christus in Babylon in gebruik genomen. Daarna verspreidde het zich over het Perzische rijk, dat Mesopotamië, Egypte en grote delen van Klein-Azië verbond. Handelaars, geleerden en priesters namen hun kennis mee en vertaalden die in de talen van de plaatsen waar ze terechtkwamen. Zo ontstond geen centrale uitvinding die overal gelijk werd toegepast, maar een netwerk van geleerden dat elkaar beïnvloedde.
Een mooi voorbeeld is de dierenriem van Dendera in Egypte. Dit ronde reliëf uit het plafond van een tempel, van ongeveer 50 voor Christus, toont de Griekse en Babylonische tekens naast Egyptische figuren zoals goden en decanen. Het werd in de negentiende eeuw naar Parijs gebracht en hangt nu in het Louvre. Het laat zien hoe de dierenriem in Egypte met de plaatselijke godsdienst werd verweven. Het toont dat de twaalf tekens ook buiten Mesopotamië meteen een plek kregen in de beeldtaal van een ander volk.
Ook de Grieken namen het stelsel over. Eudoxos van Knidos beschreef in de vierde eeuw voor Christus de sterrenbeelden aan de hemel, en de dichter Aratos maakte daar in de derde eeuw voor Christus een bekend gedicht van. De Griekse dierenriem werd zo een gemeenschappelijke taal voor sterrenkundigen en astrologen. In Alexandrië, een stad waar Egyptische, Griekse en Babylonische kennis bij elkaar kwamen, kreeg de astrologie zijn volgende vorm.
Rome en de weg naar India
Rome nam de Griekse astrologie over en zorgde voor de Latijnse namen die we nog kennen. De Romeinse dichter Manilius schreef in de eerste eeuw na Christus een lang gedicht over de sterren en de tekens, de Astronomica. De dierenriem werd daarmee ook een thema voor schrijvers en filosofen, en niet alleen voor specialisten. In het hele Romeinse rijk, van Brittannië tot Syrië, werd ze bekend. Latijn was daarmee niet alleen de taal van het recht, maar ook van de sterren.
Via de handelsroutes over zee en land bereikte de kennis ook India. In de tweede eeuw na Christus werd een Griekse astrologische tekst in het Sanskriet vertaald, de Yavanajataka, wat zoiets betekent als „de leer van de Grieken”. In India kregen de twaalf tekens Sanskrietse namen, de rashi’s. Mesha is de Ram, Vrishabha de Stier en Simha de Leeuw.
De Indiase traditie nam de dierenriem niet zomaar over. Ze combineerde de twaalf tekens met een eigen stelsel van zevenentwintig maanhuizen, de nakshatra’s, en werd een eigen vorm: de Vedische astrologie. Daarin speelt het maanteken een grotere rol dan het zonneteken. Die gebruikt bovendien de sterrenhemel als uitgangspunt, de zogeheten siderische dierenriem, terwijl de westerse astrologie de lente-equinox als beginpunt neemt. Zo ontstonden twee takken die dezelfde oorsprong delen maar verschillend rekenen.
De islamitische wereld en het middeleeuwse Europa
Niet elke cultuur nam de twaalf tekens over. China ontwikkelde een eigen systeem met twaalf dieren, gekoppeld aan jaren in plaats van maanden, zoals je kunt lezen bij de Chinese horoscoop. In het westen en het Midden-Oosten bleef de Griekse en Babylonische dierenriem de standaard.
In de achtste en negende eeuw liet de kalief in Bagdad Griekse, Perzische en Indiase teksten vertalen in het Arabisch. Geleerden als Abu Ma’shar, die in de negende eeuw leefde, schreven omvangrijke handboeken over astrologie die later in Europa veel invloed kregen. Arabische sterrenkundigen verbeterden de waarnemingen en de instrumenten, zoals het astrolabium. Veel Griekse boeken bleven zo bewaard in vertalingen en werden later teruggebracht naar Europa.
In de twaalfde eeuw werden veel van die werken in Spanje, onder meer in Toledo, in het Latijn vertaald. Zo keerde de astrologie terug in het christelijke Europa, nu aangevuld met Arabische kennis. Dat is nog steeds te zien in de namen van sterren, zoals Aldebaran en Altair, en in woorden als zenit en azimut. De drukpers bracht de dierenriem in de vijftiende eeuw naar een veel groter publiek. Daarmee was de reis van het stelsel rond: van kleitabletten tot gedrukte almanakken. De dierenriem leefde in al die eeuwen aan hoven, op universiteiten en in volksboeken.
Wat de reis van de dierenriem je leert
Eén les is dat de dierenriem een gedeelde erfenis is. Geen enkele cultuur kan er alleenrecht op claimen, en elke cultuur gaf er een eigen draai aan. Dat maakt de twaalf tekens flexibel. Ze zijn een taal waarmee verschillende tradities hun ideeën over karakter en ritme konden uitdrukken. Het helpt ook om te zien dat een teken niet overal dezelfde kleur heeft.
Een tweede les is dat je teken verschilt per systeem. Wie in de westerse astrologie een Ram is, valt volgens de siderische berekening van de Vedische astrologie meestal onder Vissen. Dat komt door het verschil in beginpunt van ongeveer vierentwintig graden. Dat is geen fout van een van beide systemen, maar een verschil in uitgangspunt. Zoek je westerse zonneteken op met de sterrenbeeld-calculator, dan weet je zeker welk systeem je gebruikt.
Tot slot is het goed om te zien hoe vaak de betekenis van de tekens met de tijd veranderde. Wat Babyloniërs, Grieken, Indiërs en Arabieren in een teken lazen, is niet altijd hetzelfde. Dat helpt om een horoscoop te lezen als een culturele traditie en niet als een natuurwet. Je kunt nieuwsgierig blijven naar de verschillen, en bijvoorbeeld een boek over Vedische astrologie naast een westers handboek leggen om te zien waar ze overeenkomen en waar niet. Zo wordt de dierenriem minder een dogma en meer een gesprek tussen tradities.
Veelgestelde vragen
Hoe kwam de dierenriem van Babylon naar India?
De dierenriem reisde via de Griekse wereld naar India. Na de veroveringen van Alexander de Grote en door de handel over zee kwamen Griekse teksten naar het oosten. In de tweede eeuw na Christus werd een Griekse astrologische tekst in het Sanskriet vertaald, de Yavanajataka. Daarna werd het stelsel in India verder ontwikkeld en gecombineerd met de nakshatra’s. De Indiase astrologie behield de twaalf tekens, maar rekent met de sterrenhemel als uitgangspunt.
Wat is het verschil tussen westerse en Vedische astrologie?
Beide gebruiken twaalf tekens, planeten en huizen, maar ze rekenen anders. De westerse astrologie begint de dierenriem bij het punt van de lente-equinox, de Vedische astrologie bij de sterren zelf. Daardoor ligt er ongeveer vierentwintig graden verschil, en staan de planeten in een ander teken. Ook de duidingsmethoden en voorspellende technieken verschillen. Wat je kiest, hangt af van je eigen voorkeur en achtergrond.