De namen van de sterrenbeelden hebben een lange geschiedenis die in Mesopotamië begon en in de Griekse en Romeinse tijd hun vaste vorm kreeg. Oude sterrenkijkers zagen figuren in groepen sterren en gaven die de namen van dieren, mensen en goden. De Latijnse namen die wij nu gebruiken, zoals Aries, Taurus en Gemini, zijn Romeinse vertalingen van oudere Griekse en Babylonische benamingen. In dit artikel lees je hoe de twaalf namen ontstonden, welke mythen erachter zitten en hoe astrologen er tegenwoordig mee omgaan.
Waar de namen van de sterrenbeelden vandaan komen
De oudste namen van de sterrenbeelden vinden we op kleitabletten uit Mesopotamië. In de tekstverzameling MUL.APIN, waarvan de oudste kopieën uit de zevende eeuw voor Christus stammen, staan sterren en sterrenbeelden langs de baan van de zon en de maan. Er komen een stier, een leeuw, een schorpioen, een geit-vis en een boer met een ploegschaar in voor, figuren die we in de latere dierenriem terugvinden. Die eerste lijsten waren vooral praktisch bedoeld: ze hielpen om de seizoenen en de maanmaanden bij te houden.
Rond de vijfde eeuw voor Christus verdeelden Babylonische sterrenkundigen die baan in twaalf gelijke delen van dertig graden. Dat is een belangrijk punt: de tekens werden een rekenkundige indeling, los van de ongelijke figuren aan de hemel. Na de veroveringen van Alexander de Grote kwamen de Grieken met deze kennis in aanraking, en zo verspreidde het stelsel zich rond de Middellandse Zee.
De Grieken noemden de gordel zōidiakos kyklos, de „kring van dieren”. Daar komt ons woord zodiac vandaan, en ook het Nederlandse woord dierenriem is een vertaling van dat idee. Niet alle figuren zijn dieren: er zitten ook een tweeling, een maagd en een waterdrager tussen. De naam verwijst dus vooral naar de meerderheid van de beelden. Meer over de achtergrond van dit systeem lees je bij wat astrologie is.
De mythen achter de twaalf namen
Veel namen hebben een verhaal gekregen. De Ram verwijst in de Griekse overlevering naar de gouden ram, wiens vacht door Jason en de Argonauten werd gezocht. De Stier wordt verbonden met Zeus, die zich als stier vermomde om Europa te ontvoeren. De Tweeling zijn Castor en Pollux, twee broers die samen door de hemel reizen. De Kreeft is het dier dat Hera stuurde om Heracles te hinderen tijdens zijn gevecht met de Hydra, en de Leeuw is de leeuw van Nemea die Heracles versloeg.
De Maagd wordt vaak gekoppeld aan Demeter, de godin van de oogst, of aan Astraia, de godin van gerechtigheid. Bij de Schorpioen hoort een verhaal waarin dit dier de jager Orion doodt, en daarom staan beide beelden nooit tegelijk boven de horizon. De Boogschutter is een centaur met pijl en boog. De Steenbok is een zeegeit met een vissenstaart, een erfenis van het Babylonische geit-visbeeld. De Waterman wordt in sommige bronnen verbonden met Ganymedes, de schenker van de goden, en de Vissen met Aphrodite en haar zoon Eros, die als vissen aan het monster Typhon ontkwamen.
Let op dat veel van deze koppelingen later zijn toegevoegd en dat bronnen elkaar tegenspreken. Er bestaat dus geen officiële verklaring per teken. Voor astrologen zijn de mythen vooral beeldtaal: ze geven elk teken een sfeer die in de duiding terugkomt.
Waarom de Weegschaal pas laat een eigen naam kreeg
Het mooiste voorbeeld van een naam die veranderde is de Weegschaal. De Babylonische tabletten spreken al van een weegschaal, maar de Grieken zagen in dit deel van de hemel vooral de scharen van de Schorpioen, in het Grieks Chelai. Pas in de Romeinse tijd kreeg het gebied een eigen Latijnse naam: Libra. Daarmee is de Weegschaal het enige van de twaalf tekens dat naar een voorwerp is genoemd in plaats van naar een dier of een mens. Die verandering laat zien dat de indeling van de hemel nooit vaststond, maar door de eeuwen heen werd aangepast.
De Romeinen waren ook de eersten die de Griekse figuren op grote schaal van Latijnse namen voorzagen. Zo ontstonden Aries, Taurus, Gemini, Cancer, Leo, Virgo, Libra, Scorpius, Sagittarius, Capricornus, Aquarius en Pisces. De Nederlandse namen zijn gewone vertalingen daarvan. Dat de Latijnse vorm zo gangbaar bleef, komt mede doordat Latijn eeuwenlang de taal van de wetenschap was en de sterrenkundige geschriften van Ptolemaeus in vertaling door Europa gingen.
In de astrologie begint het teken Weegschaal bij de herfstequinox, het moment waarop dag en nacht ongeveer even lang zijn. Dat past bij de betekenis die het teken kreeg: evenwicht tussen twee kanten. Zo laat deze ene naam zien hoe sterrenkunde, taal en symboliek door de eeuwen heen in elkaar zijn gegroeid.
Wat je met de herkomst van de namen kunt doen
Als je weet waar de namen vandaan komen, lees je een horoscoop met meer afstand en meer plezier. Behandel de mythen als beeldende verhalen en niet als karakterbeschrijvingen. Het verhaal van Castor en Pollux zegt niets over jou als Tweeling in het bijzonder, maar het laat zien welk soort beeld de oude culturen bij dit teken hadden: twee kanten die bij elkaar horen. Zulke beelden kunnen een aanleiding zijn om over jezelf na te denken, zonder dat je er een voorspelling in hoeft te zien.
Je kunt het ook praktisch aanpakken. Zoek eerst op welk teken de zon had op je geboortedatum met de sterrenbeeld-calculator. Lees daarna de mythe die bij dat teken hoort, en kijk of er een beeld of thema in zit dat je aanspreekt. Je hoeft daar niets mee te bewijzen; het gaat om herkenning en nieuwsgierigheid.
Wie van sterrenkijken houdt, kan de figuren ook zelf proberen te vinden. Op een heldere avond zijn bijvoorbeeld Leeuw, Schorpioen en Tweeling goed te herkennen, en met een eenvoudige sterrenkaart-app zie je hoe ver de oude beelden van de moderne astrologische tekens af kunnen liggen. Dat verschil is geen fout, maar onderdeel van de geschiedenis. Naamgeving is nu eenmaal een afspraak, en die afspraak heeft eeuwen de tijd gehad om te groeien.
Veelgestelde vragen
Waarom is de Weegschaal het enige teken dat geen dier of mens is?
De Weegschaal kreeg pas in de Romeinse tijd een eigen naam. Daarvoor zagen de Grieken dit deel van de hemel als de scharen van de Schorpioen. De Babylonische tabletten kenden al een weegschaal, maar dat beeld was geen levend wezen. Het teken is daardoor het enige dat naar een voorwerp is vernoemd. Astrologen koppelen het aan evenwicht en rechtvaardigheid.
Hebben de sterrenbeelden in alle culturen dezelfde namen?
Nee, dat verschilt per cultuur. In de Indiase astrologie gebruikt men Sanskrietse namen die vrijwel dezelfde beelden aanduiden, zoals Mesha voor de Ram en Simha voor de Leeuw. Dat past bij de Griekse invloed die de Indiase traditie in de eerste eeuwen van onze jaartelling onderging. De Chinese dierenriem is een apart stelsel met twaalf andere dieren, gekoppeld aan jaren. Ook andere volkeren zagen heel andere figuren in dezelfde sterren.